Basisingrediënt 1 van provocatief coachen met tieners: warmte

Warmte is van belang bij provocatief coachen
Het tonen van warmte is van belang bij provocatief coachen

“No dark sarcasm in the classroom!” Pink Floyd zong het niet voor niks. Iedereen herkent het beeld van de cynische, sarcastische leraar die ervan lijkt te genieten zijn leerlingen af te zeiken. Als ik met collega’s praat over het provocatief coachen van mentorleerlingen, roept het vaak dit beeld op van cynisme en sarcasme. Toch is dat niet wat ik bedoel met provocatief coachen. Provocatief coachen bestaat uit drie basisingrediënten: warmte, humor en uitdaging. Vandaag ga ik in op het onmisbare eerste ingrediënt: warmte.

Door warmte toe te voegen aan elk begeleidingsgesprek voorkom je dat je leerlingen je grappig en uitdagend bedoelde opmerkingen opvatten als cynisme, maar hoe doe je dat? Er zijn gelukkig een aantal manieren om warmte toe te voegen, zelfs al voordat je een gesprek met een leerling start.

Stel ik ga praten met mijn mentorleerling Jaap. Jaap heeft nog geen idee wat hij na het vwo wil gaan studeren en dat lijkt hem ook niks te kunnen schelen. Hij zit inmiddels al halverwege de vijfde klas en ik probeer hem al vanaf de vierde te overtuigen naar open dagen van universiteiten of Hbo’s te gaan. Jaap is nog steeds niet naar een open dag geweest en hij lijkt dat ook niet van plan te zijn. Ik wil Jaap aan zijn staart trekken door te zeggen dat ik net zo goed niet kan zeuren dat hij naar een open dag moet gaan, omdat hij dat toch niet van plan is. Als ik dat doe, loop ik kans dat ik cynisch word. Hoe kan ik dit voorkomen?

Optie 1 is dat ik vlak voor ik het gesprek aanga denk aan iemand (mens of dier) die ik heel lief vind. Ik probeer bijvoorbeeld te denken aan een warme omhelzing van mijn vrouw of kinderen. Wat ook goed werkt: denken aan een baby die ik pas heb mogen vasthouden, of aan een leuk moment met een neefje of nichtje (gelukkig heb ik die volop). Aan een lief dier denken werkt ook prima, mocht je een schattig huisdier hebben.

Optie 2 is dat ik vlak voor het gesprek aan een mooi moment met Jaap zelf denk. Ik ken hem al vanaf de onderbouw en weet nog met wat voor hoog stemmetje hij vroeger verlegen vroeg of hij naar de wc mocht. Ook kan ik me nog herinneren dat hij degene was die na een week griep aan mij vroeg hoe het met mij ging. Op die manier heb ik aan bijna elke “eigenwijze” leerling ook wel een aantal warme herinneringen. Als ik die voor het gesprek weer ophaal, wordt het contact meteen al warmer.

Optie 3 is warm contact houden tijdens het gesprek. Ik kan dit op verschillende manieren doen. Veel provocatieve coaches raken hun cliënten letterlijk aan, door tikjes te geven op hun benen, bovenarmen of schouders. Ik doe dat met mate, maar gelukkig zijn er ook veel andere manieren om contact te houden. Je kunt bijvoorbeeld proberen exact dezelfde woorden te gebruiken als de leerling en ook zijn/haar lichaamshouding spiegelen. Zo voorkom ik dat ik het contact verlies, want dat is feitelijk wat er gebeurt bij cynisme. Mocht dat toch gebeuren, dan is het geen enkel probleem om tijdens het gesprek even te vragen hoe mijn opmerkingen overkomen. Leerlingen geven het meestal eerlijk aan als ze je cynisch vinden. Ik kan dan uit de provocatieve modus stappen en uitleggen hoe ik het bedoel. Het wordt pas echt cynisch als ik merk dat ik tijdens een gesprek echt geïrriteerd raak en stekelige dingen ga zeggen. Contact houden tijdens het gesprek is dus essentieel om niet sarcastisch te worden.

En Jaap? We kwamen erachter dat hij eigenlijk niet naar open dagen durfde, omdat hij nog niet goed wist wat hij moest gaan studeren. Hij ging er vanuit dat hij daar dan niks te zoeken had en dat ze allemaal vervelende vragen zouden gaan stellen. We hebben die situatie samen uitgespeeld, Jaap die bij een open dag zat en die verhoord werd door een soort inquisitieachtige rechtbank. Jaap en ik hebben er samen kostelijk om gelachen. Ook later nog, als ik hem na het bezoeken van een open dag met dezelfde stem als de rechter vroeg hoe het geweest was.