Drie tips voor minder nakijkstress

Docent met nakijkstress
Heb jij ook wel eens last van nakijkstress?

Als vervangend teamleider spreek ik ze veel momenteel: docenten met nakijkstress. En dan heb ik het nu even niet over de stress die de hoeveelheid nakijkwerk oplevert, maar over de spanning die ontstaat als de resultaten van leerlingen tegenvallen. Ik ken deze stress ook erg goed uit eigen ervaring. Bij mij ontstond het meestal als ik na zo’n tien exemplaren nog maar een of twee voldoendes had kunnen geven. Het begon met een zeurderig gevoel in mijn onderbuik dat langzaam omhoogtrok richting mijn schouders. Het voelde echt niet lekker. Allerlei vragen schoten door mijn hoofd: wat is er fout gegaan? Hoe komt het dat de leerlingen niet geleerd hebben wat ze hadden moeten leren? En hoe had ik dat kunnen voorkomen? De afgelopen drie jaar is mijn nakijkstress een stuk minder geworden, met name dankzij een aantal formatieve technieken die ik in dit blog met je deel.

Tip 1: zorg dat leerlingen een neus voor kwaliteit krijgen, en doe dit al vanaf de eerste les. Hoe je dat doet? Door een helder leerdoel/heldere leerdoelen aan te geven en daar dan succescriteria bij te laten bedenken. Dat kan heel expliciet en rechtstreeks in een onderwijsleergesprek, maar ik heb zelf inmiddels voorkeur voor een andere methode: werken met exemplars. Exemplars zijn voorbeelden van het eindproduct dat de leerlingen moeten leveren. Je kunt hierbij denken aan een toetsopgave, zoals  een som, een vraagstuk, een probleem, een tekst met vragen etc. Je kunt de leerlingen de vraag laten oplossen, maar je kunt ook al uitgewerkte versies gebruiken en vragen aan de leerlingen welke uitwerking ze het beste vinden en waarom. Een variant hierop die ik veel heb ingezet bij schrijfvaardigheid Frans en die altijd veel opleverde is het werken met voorbeeldteksten geschreven door leerlingen uit een eerder jaar. Ik zorgde dan dat ik drie exemplaren uitdeelde in de klas. De leerlingen maakten hier vervolgens eerst een top drie van en daarna een beoordelingsrubric. En dat dus voordat ze zelf ook maar een woord geschreven hadden. Dit kost wat tijd, maar het levert ook veel op, want de leerlingen weten veel beter wat er van hen verwacht wordt. Ze beginnen een neus voor kwaliteit te ontwikkelen.

Tip 2: Gebruik feedback om de leerling te helpen bij het bereiken van het leerdoel en het voldoen aan de succescriteria. Ergens las ik dat feedback kan worden vergeleken met een thermostaat. Die stel je bij op het moment dat het te koud of te warm is. Voor mij betekent dit dat ik feedback liefst meteen geef als ik merk dat leerlingen vastlopen in hun leerproces. Vroeger liet ik een leerling die niet goed werkte vooral aanmodderen, zolang hij of zij de rest van de klas niet stoorde. Dat heette dan zelfredzaamheid. Sinds ik formatief werk geef ik al veel eerder feedback om het leergedrag bij te stellen. Verder probeer ik mijn feedback zoveel mogelijk te koppelen aan het leerdoel en de succescriteria. Ook als het goed gaat trouwens, want veel leerlingen zijn onzeker over hun aanpak of uitvoering van de leertaak. Deze feedback geef ik gewoon terwijl de klas aan het werk is, wat er voor zorgt dat het mij niet veel extra tijd kost.

Tip 3: Werk met feed forward. Bij feed forward gaat het om cyclisch werken. Een leerdoel is bijna nooit na één ronde werken bereikt. Soms hebben ze wel vijf rondes nodig. Tussen elke ronde kijk je weer samen met de klas in hoeverre het werk al aan de leerdoelen en de succescriteria voldoet. Je verzamelt daarvoor eerst werk van leerlingen. Ik doe dat zelf met behulp van een random name picker. Dit is een heel eenvoudige online tool die ervoor zorgt dat er willekeurig leerlingen uit de klas uitgekozen worden. Dit voorkomt dat ik telkens werk van dezelfde leerlingen met de klas bespreek. Nadat ik tussen de een en de drie namen heb gekozen, presenteer ik het werk van die leerlingen weer aan de klas. De vragen die ik hierbij stel zijn heel eenvoudig: in hoeverre voldoet dit werk aan het leerdoel en de succescriteria? Wat zou er nog aan verbeterd moeten worden? Op basis van dit gesprek gaan de leerlingen dan tweede versies maken van hun werk. Dit betekent dat ze niet alleen maar fouten moeten verbeteren, maar ook dat ze nieuwe voorbeelden gaan zoeken voor hun tekst. Ze breiden hun tekst dus ook uit en op de koop toe krijgen ze meer oog voor kwaliteit.

Ik ben er inmiddels achter gekomen dat deze formatieve aanpak niet alleen goed werkt voor schrijfvaardigheid, maar dat ik hem ook prima kan inzetten bij leesvaardigheid, spreekvaardigheid of luistervaardigheid. Ik weet zeker dat een variant van deze aanpak ook werkt voor jouw vak. Wat je ermee wint? Naast leerlingen die hun leerdoelen beter bereiken, uiteindelijk ook minder nakijkstress. Mijn onderbuik en schouders zijn heel blij met deze manier van werken.