Basisingrediënt 2 van provocatief coachen met tieners: uitdaging

Meisje hangt lusteloos op een trap.
Hoe krijg je iemand in beweging?

Eerste hulp bij sjorren aan dode paarden

Het doel van elk mentorgesprek is de leerling in beweging te krijgen, bijvoorbeeld door harder te gaan werken, of door meer aan LOB-activiteiten te gaan doen. De meeste mentoren kennen het gevoel van sjorren aan een dood paard: wat je ook zegt, de leerling doet het niet. Mijn ervaring is dat provocatieve uitdagingen dan vaak prachtige effecten hebben. In deze blog ga ik in op het tweede ingrediënt van provocatief coachen: uitdaging.

Het eerste element van provocatief coachen is warmte. Mocht je niet weten hoe je dit integreert in je mentorgesprekken, bekijk dan eens mijn vorige blog over dit onderwerp. Deze week gaan we wat meer vuurwerk aan onze mentorgesprekken toevoegen in de vorm van provocatieve uitdagingen. Deze zijn er in verschillende vormen en maten. Ze kunnen heel serieus zijn, maar ook juist ludiek. Ik kijk altijd vooral naar het effect van de uitdaging: komt de leerling echt in beweging?

De eerste soort uitdaging is een versterking van precies het tegenovergestelde van wat je zou willen bereiken. Hoe werkt dit? Stel je hebt een leerling, Nathalie. Nathalie vergeet meestal haar schoolspullen. Het is zelfs zo erg dat je collega’s bij je geklaagd hebben dat het de spuigaten uitloopt en dat ze haar uit de les zullen verwijderen. Een traditionele insteek zou zijn: Nathalie ernstig aankijken en haar wijzen op haar verantwoordelijkheden, met daarbij eventueel een sanctie of een beloning. De provocatieve uitdaging zou kunnen zijn: Nathalie complimenteren met haar lichte manier van leven en haar uitdagen een week lang helemaal geen spullen mee te nemen. Uiteraard hopen we niet dat Nathalie dit advies letterlijk gaat opvolgen, maar dat ze zelf redenen gaat aandragen waarom het niet zo’n goed idee is. De bijwerking van dit alles zou maar zo kunnen zijn dat Nathalie vanaf nu meestal keurig haar spullen meeneemt…

Een andere uitdaging is heel duidelijk zeggen dat iemand iets echt niet kan en dat daar ook geen enkele remedie voor is. Een tijdje geleden sprak ik met Joost (niet zijn echte naam). Joost is diep overtuigd van het feit dat hij geen wiskunde kan en dat dit ook genetisch zo bepaald is. Verder weet hij al zeker dat een 4 het hoogst haalbare is als eindcijfer. Een typisch voorbeeld van een statische mindset… Ik heb Joost als volgt uitgedaagd: “Moet je horen Joost, wat jij hebt is echt heel speciaal, het komt ook bijna nooit voor, maar jij hebt het toevallig. We kunnen twee dingen doen: Óf je schrijft een heel duidelijke diepgevoelige brief aan de minister van onderwijs, waarin je uitlegt wat je mankeert en waarom juist jíj een vwo-diploma zonder wiskunde zou moeten krijgen, omdat het echt niet anders kan. Mocht dat dan lukken dan kun je hier alsnog met een diploma van school gaan. Óf je laat je nu direct uitschrijven als leerling en gaat verder als vaste medewerker bij de snackbar waar je nu een bijbaantje hebt. Voor patat bakken heb je geen wiskunde nodig en wie weet schop je het wel tot manager van de snackbar.” Uiteraard merkt Joost terwijl ik dit zo zeg aan alles dat ik er helemaal niks van meen, want ik lach erbij en ik hou goed contact. Joost begint ondertussen al met het bedenken van redenen waarom hij misschien toch wel een 5 of zelfs een 6 voor wiskunde kan halen. Hij kan eerst nog wel bijles proberen bij zijn oom, die heeft wiskunde gestudeerd en kan fijn uitleggen. Ik vraag voor de zekerheid nog even of hij zeker weet dat dat in zijn geval nog zin heeft. Joost is er inmiddels van overtuigd dat hij dat moet gaan doen. Effect bereikt…