Formatief evalueren en vmbo, een onmogelijke combinatie?

Meisje op een traktor

Ik mocht deze week twee keer een training over formatief evalueren geven aan collega’s uit het vmbo. Beide keren kreeg ik van een aantal van hen vergelijkbare reacties: mooi hoor, leerdoelen en succescriteria, maar voor ons type leerlingen is dit veel te hoogdravend. We zijn al blij als we ze aan het werk krijgen met vakken als Engels, Nederlands en wiskunde. Een collega voegde er nog aan toe: “Wij werken met jongens die alleen maar op de trekker willen zitten, die moeten we echt niet lastigvallen met leerdoelen en succescriteria”. Gelukkig waren er bij beide trainingen ook collega’s uit het vmbo aanwezig die wél werken met leerdoelen en succescriteria. Uit hun verhalen blijkt dat het misschien niet makkelijk is, maar dat het wel degelijk kan.

Toen ik zelf nog op het vmbo werkte viel mij meteen op dat sommige collega’s daar sterke overtuigingen hadden over wat hun leerlingen wel en vooral over wat ze niet konden. Zo kreeg ik te horen dat je met vmbo’ers geen spreekvaardigheid moest gaan doen, dat konden ze niet. Ook moest ik de leerlingen niet in groepjes laten werken, dat zou alleen maar tot chaos leiden. Trouwens, samenwerken tussen leerlingen was fysiek niet eens mogelijk, want in de meeste lokalen – ook dat van mij – zaten ze individueel in rijen, met links en rechts een meter afstand tussen de tafels. Bij mij werken zulke uitspraken over wat leerlingen niet kunnen altijd als een rode lap op een stier: ik wilde daarom meteen bewijzen dat het wel degelijk kon en ging met mijn klas in de aula werken aan spreektaken. De leerlingen vonden het geweldig, maar ik moest bij de directeur komen en kreeg een reprimande.

Dat brengt mij op de volgende vraag: kunnen leerlingen in het vmbo niet werken met leerdoelen en succescriteria omdat de school er vanuit gaat dat ze dat toch niet kunnen en het vervolgens dus ook niet gaat doen? Of kunnen ze het echt niet? Aangezien ik zelf inmiddels niet meer in het vmbo werk, moest ik het doen met voorbeelden van collega’s die zeggen dat het wel kan. Deze kwamen in eerste instantie vooral vanuit de praktijkvakken, zoals verzorging of koken. Bij deze vakken werken de leerlingen naar een concreet leerdoel toe, bijvoorbeeld het bakken van een taart. Dan kun je dus prima met leerdoelen en succescriteria werken. Je kunt bijvoorbeeld met leerlingen praten over succescriteria op het gebied van hygiëne, zoals eerst handen wassen voordat je het deeg gaat kneden, maar ook over meer inhoudelijke succescriteria, zoals de taart moet mooi bruin zijn en de vulling gaar. Kortom, bij praktijkvakken kun je ook in het vmbo prima uit de voeten met formatief evalueren.

Maar hoe zit dat bij vakken als wiskunde, Nederlands en Engels, zeg maar niet de lievelingsvakken van de jongens en meiden die het allerliefste op de trekker willen zitten? Ook daar is formatief evalueren volgens mij goed mogelijk. Een mooi voorbeeld kwam van een collega Nederlands die leerlingen sollicitatiebrieven liet schrijven. Hierbij werkte zij volledig formatief, want de leerlingen kregen duidelijk te horen wat het leerdoel was – een sollicitatiebrief schrijven – en waar hun sollicitatiebrieven aan moesten voldoen. Ook moesten ze doorgaan met oefenen totdat ze het leerdoel beheersten. Voor mij zijn dit allemaal kenmerken van formatief evalueren. Het kan dus wel degelijk, ook in het vmbo! De docent in kwestie gaf ook toe dat het niet makkelijk was en dat veel leerlingen het ook na een aantal keren oefenen nog steeds moeilijk vonden om aan alle succescriteria te voldoen. Het kan dus lastig zijn, zeker in het begin, om met leerdoelen en succescriteria te werken in het vmbo, maar het is wel degelijk mogelijk. Ook hier geldt dat onze overtuigingen bepalen wat we onze leerlingen laten doen. Het begint dus met het ter discussie stellen van onze overtuigingen en daar kunnen goede voorbeelden en een beetje lef om overheersende overtuigingen ter discussie te stellen, bij helpen.