Selecteren of ontwikkelen?

Selecteren of ontwikkelen
Kiezen we voor een school als hindernisbaan of voor een school als ontwikkelplek?

Binnenkort zijn er weer rapportenvergaderingen bij ons op school. Vaak hoor ik dan termen langskomen als “plafondkwestie”, of vragen zoals “Heeft deze leerling wel het vereiste niveau?” Vaak zijn de reacties van de collega’s gemengd en gaat de discussie daarna over of de leerling wel of niet op de juiste plek zit en niet over wat de docenten en de mentor samen kunnen doen om de leerling in kwestie verder te helpen. De school is dan meer een selectieplek, in plaats van een groei- en ontwikkelplek.  De eerste vraag is waar deze neiging tot selecteren vandaan komt. De tweede vraag is hoe scholen kunnen zorgen dat de ontwikkeling en groei van leerlingen weer meer centraal komen te staan, juist bij de rapportenvergaderingen.

Ooit leerde ik van een trainer dat er twee soorten scholen zijn: de hindernisbaan en de groeiplek. Op een echte hindernisbaanschool is alles erop gericht zo goed mogelijk te selecteren en zoveel mogelijk leerlingen in een vroeg stadium af te laten vloeien, zodat alleen de sterkste en beste leerlingen overblijven. Een goed voorbeeld hiervan is de opleiding voor de rode baretten. Bij deze opleiding is alles erop gericht alleen de sterkste, slimste en beste kandidaten over te houden. Strenge selectie is een must en zorgt voor hoge kwaliteit. Kandidaten worden daarom aan veel beproevingen onderworpen.

Aan de andere kant is er dus de school als groeiplek. Op een echte groeischool is iedereen welkom en krijgt iedere leerling de kans om te werken aan zoveel mogelijk zelfgekozen leerdoelen en op een zelfgekozen niveau. Een voorbeeld van zo’n groeischool is voor mij Agora Roermond, waar ik in december 2017 een week stage mocht lopen. Hier heb ik gezien dat leerlingen volledig zelf kozen waar ze in een bepaalde periode aan wilden werken, uiteraard ondersteund door een coach. Toetsen waren er alleen voor de leerlingen in het eindexamenjaar, leerlingen bepaalden zelf in overleg met hun coach of ze hun leerdoelen behaald hadden.

Dit zijn twee uitersten, want de meeste scholen zitten ergens tussen de school als groeiplek en de school als selectieplek in, maar de vraag die elke school regelmatig zou moeten stellen is: waar bevinden wij ons op de lijn tussen deze twee types school? De vraag die de school meteen daarna zou moeten stellen is: wat voor type school zouden we willen zijn?

Als het antwoord op deze vraag luidt: “een selectieschool”, dan is het logisch in de toetsing en de daaropvolgende leerlingbespreking de nadruk te leggen op selectie. Kiest de school er aan de andere kant voor meer richting groei te gaan, dan zou leerlingbespreking heel anders moeten gaan. Centraal zou dan de vraag moeten staan: wat heeft deze leerling van ons als docenten, leerlingbegeleiders, mentoren en coaches op dit moment nodig om verder te komen?

Persoonlijk vind ik het beter en prettiger om me bezig te houden met de ontwikkeling en groei van leerlingen. Dat komt ook doordat leren in mijn visie een kwestie is van vallen en opstaan, fouten maken en weer opnieuw beginnen. Op een groeischool is dit makkelijker te realiseren. Bovendien heeft een rapportenvergadering dan meer nut voor de leerlingen die besproken worden en krijg ik als leraar de kans een leerling samen met mijn collega’s weer verder te helpen. Ik ga de bespreking dus in met in mijn achterhoofd de vraag wat de leerlingen die besproken gaan worden ervan gaan merken dat ze besproken zijn en ik probeer vragen over niveau of plafondkwesties te parkeren tot het eind van schooljaar.