Succescriteria: een onmisbaar onderdeel van formatief evalueren

succescriteria
Weten jouw leerlingen welke succescriteria jij hanteert?

Pas had ik een interessant gesprek met een jonge scheikundeleraar over formatief evalueren. Met het vaststellen van leerdoelen heeft hij niet zoveel moeite. Het opstellen van succescriteria is een ander verhaal. Daar komt hij niet uit en ook zijn sectiegenoten konden hem tot nu toe niet helpen. Ik hoor vaker dat collega’s niet goed weten hoe ze succescriteria moeten bedenken. Toch zijn ze volgens mij niet heel moeilijk om vast te stellen, als je maar weet wat ermee bedoeld wordt. En gelukkig weet elke leraar dat onbewust allang, maar daarover straks meer. Nu eerst even een andere vraag: waarom zijn succescriteria zo belangrijk?

Waarom zijn succescriteria zo belangrijk?

Succescriteria vormen samen met leerdoelen de basis van het formatief evalueren. John Hattie vergelijkt succescriteria met de spelregels of het spelverloop van een sport of een spel. Als ik geen succescriteria met mijn leerlingen deel, is het alsof ik ze de opdracht geef een voor hen onbekende sport te spelen, zonder inzicht in de spelregels of het spelverloop te geven. In een leerproces gaat het er om dat leerlingen weten wat kwaliteit is. Dat ze weten wanneer ze het goed doen. Als ze een helder beeld hebben bij wat kwaliteit is, gaat hun leerproces ook beter. Ze zullen dan eerder hoge resultaten halen, eenvoudigweg omdat ze weten waar op gelet wordt, wat telt, hoe je kunt scoren.

Maar hoe kan ik dan succescriteria opstellen?

Even weer terug naar mijn collega scheikunde. Ik vroeg hem hoe hij zijn toetsen nakijkt. Hij werkt met punten, liet hij me weten. Ik vroeg hem wat het maximale aantal punten is dat je voor een vraag kunt halen op een toets. Dat was vier. Ik vroeg hem vervolgens waar je aan moet voldoen om die vier punten te halen. Hij had daar een heel helder beeld bij. Ik vroeg hem specifieker te vertellen waar hij dan op let. Dat kon hij me naadloos vertellen. “Dat zijn je succescriteria”, liet ik hem weten. “Is het zo simpel?”, voeg hij vervolgens, “maar dat doe ik allang!” Klopt, iedere docent die een toets nakijkt met open antwoorden of waarin vaardigheden getoetst worden, gebruikt succescriteria.

Hoe zorg ik dat mijn leerlingen beter weten hoe succes eruit ziet?

Maar nu de belangrijkste vraag: weten de leerlingen welke succescriteria jij hanteert? Weten ze hoe ze kunnen scoren? Weten ze waar jij en je collega’s op letten als jullie werk gaan beoordelen op kwaliteit? Als ik met leerlingen praat, blijken ze vaak heel beperkt te begrijpen waar ik op let. Ik moet leerlingen daarom goed inzicht geven in de succescriteria. Dit kan ik bijvoorbeeld doen door leerlingen zelf rubrics te laten invullen, of zelf rubrics te laten bedenken. Als ik de leerling mee laat denken met de beoordeling van een voorbeelduitwerking, krijgt hij steeds meer inzicht in wat kwaliteit is. Dit kost wat lestijd, maar de resultaten van mijn leerlingen zijn merkbaar beter.

Heb jij ook moeite met het formuleren van succescriteria? Kijk dan ook eens goed naar je eigen toetsen. Je zult zien dat het dan veel makkelijker wordt!